 |
Lieveheersbeestjes: Coccinellidae
Enkele veel voorkomende lieveheersbeestjes zijn: het 7-stippelig lieveheersbeestje (Coccinella septempunctata L.) en het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis Pallas).Voorbeelden van inlandse lieveheersbeestjes zijn Adalia bipunctata, Adalia decempunctata, Coccinella septempunctata, Calvia quatordecimguttata.
|
| |
| Ei |
| De langwerpige, oranjegele eitjes worden rechtopstaand in groepjes op de bladeren afgezet, vaak in de nabijheid van bladluizen. Eitjes kleuren groengrijs naarmate de ontluiking van de larve nadert. Ze zijn ongeveer 1 mm lang. Eén lieveheersbeestje legt ongeveer 10 tot 50 eitjes per dag. |
| |
| Larve |
| Laven groeien uit van 1 mm tot 1 cm. Pas ontloken larven zijn donker gekleurd en voeden zich met restanten van eischaal. De larven vervellen 3 keer alvorens te verpoppen. De pre-pop is c-vormig, gelijkend op het vierde larvestadium. |
| |
| Pop |
| In het vierde larvenstadium stoppen de larven met eten en verpoppen. De pop is 2 tot 5 mm groot. In deze pop verandert de larve in een volwassen kever. Ze kunnen enkel het achterlijf bewegen. Vaak zitten ze aan de onderzijde van bladeren in de buurt van bladluiskolonies. |
| |
| Adult |
| Lieveheersbeestjes zijn gemiddeld 3 tot 5 mm groot, sommige soorten kunnen tot 9 mm lang worden. Mannetjes zijn kleiner dan vrouwtjes. Adulten zijn ovaal van vorm en fraai gekleurd met een variabel aantal stippen en kleur (varieert naargelang de soort en binnen de soort). Hun naamgeving verwijst dikwijls naar het aantal stippen op hun dekschilden (bv. Adalia bipunctata of tweestippelig lieveheersbeestje). |
|
 |
Lieveheersbeestjes overwinteren als adult. De volwassen kevers komen te voorschijn in april of mei. Ze gaan ze zich voeden en voortplanten om vervolgens hun eitjes in pakketjes af te leggen in de buurt van bladluiskolonies.
Eileg doen ze gedurende 1 tot 3 maanden. Na 2 tot 10 dagen, afhankelijk van de temperatuur, komen de larven uit. Larven ondergaan drie vervellingen. De ontwikkeling van de larven duurt ongeveer een 20-tal dagen. Poppen zijn bij 20°C gedurende een week inactief en hebben een ontwikkelingsduur van 7 dagen. In juli of augustus kruipen de volwassen lieveheersbeestjes uit de pop. Op dit moment zijn er dus twee generaties terug te vinden. De oudere dieren kan men herkennen doordat ze donkerder gekleurd zijn. Zij sterven meestal vóór de winter. De jonge kevers vliegen in september - oktober naar het overwinteringsgebied, waar sommige soorten in de grond kruipen, andere verbergen zich achter schors of in holle stengels.
Lieveheersbeestjes kunnen al vroeg in het voorjaar opgemerkt worden, vanaf april. Op deze manier worden er al vroeg in het voorjaar bladluizen opgegeten. Andere natuurlijke vijanden worden soms pas actief wanneer de temperatuur voldoende hoog is.
Lieveheersbeestjes hebben 1 tot 2 generaties per jaar. Adulten hebben een levensduur van 3 maanden tot 1 jaar (inclusief overwintering). |
|
 |
We vinden lieveheersbeestjes vaak terug in schuren en kelders.
Lieveheersbeestjes komen voor in verschillende beschermde teelten en openluchtteelten. Zij belagen verscheidene soorten bladluizen, schildluizen, bladvlooien en spintmijten of andere ongewervelden, enkele soorten eten planten of schimmels. Wanneer het aantal prooien te laag is, kunnen ze nectar, pollen en/of honingdauw gebruiken als noodrantsoen. Bladluiseters verslinden iedere bladluis die ze tegenkomen. Wanneer ze slechts één soort eten, kan het gebeuren dat ze onvruchtbaar worden of sterven. Daarom wordt dit eenzijdig vleesdieet meestal aangevuld met plantaardig voedsel. Indien ze lange tijd geen prooi vinden, voeden ze zich met stuifmeel of zoet fruit.
Larven voeden zich vooral met bladluizen. Jonge larvale stadia bijten hun prooi aan en zuigen ze leeg. Derde en vierde stadium larven en adulten verorberen hun prooi volledig. Ze kunnen tot ongeveer 200 tot 600 bladluizen eten tijdens hun groei naargelang de bladluissoort en de omgevingsomstandigheden. Aangezien ook de volwassen exemplaren een 50- tot 100-tal luizen per dag eten, kunnen zij elkaars concurrenten zijn. Vrouwtjes eten meer dan de mannetjes. Volwassen kevers en oudere larven verslinden hun prooi met huid en haar, de jonge larven daarentegen bijten een gat en zuigen de luis leeg.
Lieveheersbeestjes doen aan reflexbloeden. Hierbij produceren ze een onaangenaam geurende geeloranje vloeistof (hemolymfe) wanneer ze zich bedreigd voelen.
Gemengde hagen rondom het bedrijf kunnen lieveheersbeestjes aantrekken. In deze gemengde hagen kunnen grote populaties bladluizen voorkomen en de lieveheersbeestjes in stand houden.
Bij de keuze van een bestrijdingsmiddel kan rekening worden gehouden met de selectiviteit t.o.v. het lieveheersbeestje. Leveranciers van biologische gewasbeschermingsmiddelen verdelen lieveheersbeestjes voor de bestrijding van luizen in serreteelten (bv. Adalia bipunctata, Harmonia axyridis, Hippodamia convergens). Ook in de boomkwekerij zijn er al goede resultaten bekend. Harmonia en Hippodamia zijn evenwel niet inlands en de kans is groot dat deze in openluchtboomkwekerij de winter niet overleven.
Vijanden: Ook lieveheersbeestjes hebben op hun beurt natuurlijke vijanden. Zij kunnen geparasiteerd worden door het lieveheersbeestjeschildwespje Perilitus coccinellae. Lieveheersbeestjes kunnen door verschillende insecteneters worden opgegeten, maar zijn bij geen enkele soort favoriet. Ze kunnen namelijk hun vijanden afschrikken met een oranjegele, sterk ruikende en bittere vloeistof die uit de gewrichten van hun poten loopt. Dit heet reflexbloeden. Ook hun opvallende kleuren vormen een waarschuwing voor mogelijke vijanden. |
|
 |
 |
| Natuurlijke vijand van |
 |
| Beukenbladluis, Coniferenschildluis, Dopluis, Elaeagnusbladvlo, Kommaschildluis, Pulvinale dopluis, Sparrennaaldluis, Wollige bloedluis, Zwarte kersenluis, Lindebladluis, Bonenspint, Fruitspint, Essensparrenluis, Sneeuwbalhaantje, Zwarte bonenluis, Buxusbladvlo, Pseudaulacaspis pentagon |
|
|
 |
|