 |
Loopkevers: Carabidae
Loopkevers zijn, zoals de naam doet vermoeden, heel goede lopers en komen voornamelijk op het grondoppervlak voor, ze vliegen zelden. Ze hebben vrij lange poten die vaak aangepast zijn om in de grond te graven. |
| |
| Ei |
| De witgekleurde eitjes worden in de grond gelegd, waardoor ze meestal niet te zien zijn. |
| |
| Larve |
| De langgerekte larven doorlopen drie stadia en zijn bruin tot zwart gekleurd. |
| |
| Adult |
De meeste loopkevers hebben een onopvallende bruine tot zwarte kleur, maar sommige kunnen eveneens bont gekleurd zijn met een metaalachtige glans. Er is een grote variatie in grootte (2 tot 40 mm) en vormen. Hun kaken zijn groot getand en naar voor gericht, zodat ze hun prooien goed kunnen vastgrijpen.
Wanneer loopkevers zich bedreigd voelen, kunnen ze een slecht smakende en geurende stof afscheiden. |
|
 |
| Deze kevers doorlopen, net zoals andere kevers, een volledige gedaanteverwisseling. De totale larvale ontwikkelingsduur bedraagt overwegend acht tot negen maanden. Nadien verpoppen ze in een holte die de larve uitgraaft in de grond. Vele soorten loopkevers hebben één generatie per jaar, andere twee. Loopkevers kunnen meerdere jaren blijven leven (1 tot 3 jaar). Sommigen overwinteren als larve, anderen als kever. |
|
 |
Ze zijn uitsluitend carnivoor en, net als de meeste adulte kevers, actieve rovers die leven in of op de bodem op zoek naar prooien. Loopkevers zijn overwegend predatoren die zich voeden met uiteenlopende prooien zoals slakken, rupsen, bladluizen, wormen, bladwesplarven, vliegenmaden,… Sommige loopkevers eten op één dag meer dan 20% van hun eigen lichaamsgewicht. Ze zijn voornamelijk ’s nachts actief en houden zich overdag schuil in de grond, in de strooisellaag,…
Rond hun piekperiode in juni kunnen enkele algemene soorten loopkevers (zoals Pterostichus en Bembidion soorten) hoge dichtheden (honderden/m²) bereiken, waardoor hun invloed op plagen in het gewas niet gering is.
|
|
|