zoeken op nuttige
INFO

   Home > zoeken op nuttige > Roofwantsen

Roofwantsen

 Type: Insect

  Beschrijving
Wantsen worden door veel mensen verward met kevers. Wantsen bezitten, in tegenstelling tot de kevers, stekend/zuigende monddelen. Sommige wantsen gebruiken deze zuigsnavel om plantensappen te zuigen, anderen zuigen dierlijk voedsel. Ze bezitten een duidelijk zichtbare snavel die, wanneer hij niet gebruikt wordt, gebogen zit onder het lichaam.

Wantsen hebben twee paar ongelijke vleugels: twee voorvleugels en twee achtervleugels. De voorvleugels zijn stevig en perkamentachtig aan de basis en vliezig aan de top. Een ander belangrijk kenmerk van de wantsen is het bezit van een driehoekig halsschild.

De benaming 'roofwants' is een veel gebruikte verzamelnaam die aangeeft dat het gaat om wantsen die levende prooien verschalken.

Roofwantsen in de strikte zin behoren tot de families Reduviidae en Nabiidae. De familie van de bloemenwantsen (Anthocoridae) bevat een aantal soorten die naar levenswijze als roofwantsen kunnen worden beschouwd. In onze streken zijn ze vertegenwoordigd door soorten van het geslacht Orius en Anthocoris. Op deze pagina zal het geslacht Anthocoris nader worden toegelicht.
 
Ei
De eitjes van Anthocoris worden gelegd onder schors of zijn ingebed in de onderkant van de bladeren van jonge scheuten, meestal bij de nerven. Enkel het bleke buitenste deel (het deksel) is zichtbaar. Op de plaatsen waar de vrouwtjes hun eitjes in het blad leggen ontstaat een rode verkleuring.
 
Nimfe
De jonge nimfen zijn eerst geel en worden donkerder in de loop van hun ontwikkeling. Er zijn 5 nimfale stadia. De nimfen ontwikkelen zich in 3 tot 5 weken afhankelijk van de klimatologische omstandigheden.
 
Adult
De volwassen wantsen zijn afgeplat en langwerpig van vorm, zo'n 3 tot 4,5 mm lang en donker gekleurd tot zwart. De voorvleugels hebben een opvallend patroon van lichtbruine, grijze en zwarte vlekken. De kop en het halsschild zijn zwart.

  Cyclus
Volwassen wantsen overwinteren in houtkanten en hagen, in schorsspleten en in bladstrooisel. Vroeg in het voorjaar komen ze tevoorschijn uit hun overwinteringsplaatsen. Ze voeden zich dan met het stuifmeel van de aanwezige bloemen (vandaar de naam bloemenwants), op dat moment vooral wilgen. Ze schakelen over naar dierlijk voedsel van zodra aanwezig. In de late lente/vroege zomer gaan de vrouwtjes eitjes leggen nabij kolonies prooidieren. De nimfen doorlopen 5 stadia alvorens ze volwassen worden.

Afhankelijk van de weersomstandigheden kunnen meerdere generaties per jaar ontstaan.

  Actieterrein
Bloemenwantsen komen van nature in onze streken voor. Ze voeden zich met bladluizen, bladvlooien, spintmijten, jonge rupsen, vlindereitjes en eitjes allerhande. In boomgaarden zal hun voornaamste voedsel bestaan uit perenbladvlooien. Ze worden dan ook gekweekt en ingezet als biologische bestrijders in de fruitteelt. De populatie perenbladvlo kan vanaf het beginstadium sterk onderdrukt worden door het uitzetten van extra wantsen vroeg in het voorjaar, vooraleer de natuurlijke migratie naar de boomgaard op gang komt.

Vijanden: Ondanks hun uitstekende verdediging hebben roofwantsen vele vijanden, vooral vogels en reptielen.


Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
© Viaverda | Privacyverklaring en Cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden