INFO

   Home > zoeken op plant > >

 Type: Insect

  Beschrijving
 
Ei
Pas gelegde eitjes zijn ovaal tot niervormig en zijn 0,2 tot 0,3 mm lang. In het begin zijn ze witgeel van kleur, in een later stadium worden ze dieprood.
 
Larve
Er zijn drie larvale stadia en een popstadium. Het eerste larvale stadium is cilindrisch met een ringvormige gladde structuur. Het tweede en derde larvale stadium is langwerpig en meer afgeplat, de structuur van het oppervlak is eerder kiezelachtig. De kleur van de larven varieert van wit tot geeloranje. Alle larven zijn pootloos en hebben een kleine kop die beschikt over tweedelige antennes; de kop kan worden ingetrokken. De lengte van de larve varieert van 0,57 mm voor het eerste larvale stadium tot 2,44 mm voor het derde larvale stadium.
 
Pop
Het popstadium is ongeveer 2,43 mm lang. De kleur van de pop is wit in begin van de ontwikkeling en wijzigt naar licht oranje tot roodbruin juist voor de ontluiking. Tijdens het popstadium kan er reeds een onderscheid gemaakt worden tussen mannetjes en vrouwtjes. Bij de toekomstige vrouwtjes is het popstadium roodachtig; bij de mannetjes is dit eerder grijs.
 
Adult
De vrouwtjes zijn 2,2 tot 2,5 mm lang en zijn groter dan de mannetjes (1,8 tot 2,1 mm). De vrouwtjes hebben een oranje gekleurd abdomen, bij de mannetjes is het achterlijf grijs. Bij beide geslachten zijn de vleugels grijs en de poten lichtbruin gekleurd. De antennen zijn parelsnoervormig en bestaan uit 12 segmenten.

  Schadebeeld
Het schadebeeld wordt veroorzaakt door de voedingsactiviteiten van de larven; de adulten voeden zich niet. De galmuglarven voeden zich aan de binnenkant van de jonge bladeren. De buitenkant groeit normaal verder waardoor de typische peulvormige gallen ontstaan, waarin de larven leven. In eerste instantie zijn de gallen geel tot groen van kleur; naarmate de larven ouder worden verkleuren de gallen paars, roodachtig tot bruin. Galvorming komt vooral voor op jonge ontluikende bladeren op de uiteinden van twijgen. Daarnaast kunnen ook scheuten aangetast worden. Bij zware aantasting treedt bladverlies op waardoor kale twijgen ontstaan, en extra vertakkingen en bossige plantengroei optreden, vaak met groeiremmingen tot gevolg. Deze bladgalmug is vooral te vrezen in de kwekerij bij jonge planten. Bij bomen in aanplant daalt de esthetische waarde. Bij oudere bomen wordt de schade als niet ernstig beschouwd.

  Cyclus
De bladgalmug overwintert als larve in een soort cocon in de bovenste bodemlaag in de buurt van de waardplant. De verpopping vindt plaats in het voorjaar. Vanaf eind april/begin mei verschijnen de eerste adulten. De mannetjes ontluiken eerst, pas daarna de vrouwtjes. De verhouding mannetjes: vrouwtjes is 1:1. De adulten leven slechts een drietal dagen. Na de paring leggen de wijfjes met behulp van hun legboor eitjes op de ontluikende bladeren. Deze eitjes worden apart of in clusters gelegd. De eerste eitjes ontluiken omstreeks half mei, waarna de jonge larven zich gaan voeden. Door de voedingsactiviteit van de larven ontstaan de typische peulvormige bladgallen waarin de larven leven. Doorgaans komen er in een gal 2 tot 4 larven voor, maar er zijn reeds gallen teruggevonden met 17 larven. Tijdens de zomermaanden vindt de verpopping in de gallen plaats. De lege pophuid, die na de ontluiking van de mug aan de gal blijft kleven, is duidelijk waarneembaar. De ontloken muggen gaan direct naar de toppen van het gewas, om na paring opnieuw eitjes te leggen. Gedurende de zomer zijn er meerdere overlappende generaties; in totaal zijn er drie tot vier generaties per jaar. De ontwikkeling van ei tot adult verloopt snel; de cyclus kan voltooid zijn in 17 tot 25 dagen. De larven van de laatste generatie verlaten de bladgallen en kruipen in de bovenste bodemlaag om te overwinteren.

  Bestrijding
Het meest optimale bestrijdingstijdstip is bij het ontluiken van de eerste adulten in het voorjaar, vooraleer de eileg plaatsvindt. Het is echter moeilijk om het juiste tijdstip voor behandeling te bepalen. Om de volwassen muggen vast te stellen zijn frequente veldwaarnemingen absoluut noodzakelijk. De volwassen galmuggen kunnen soms in grote aantallen rond de gleditsiaplanten zwermen en zijn dan duidelijk waarneembaar. De aanwezigheid van de mannelijke adulten kan vastgesteld worden met behulp van feromoonvallen. Vanaf half mei ontluiken de eerste eitjes. Op dat ogenblik kan nog kortstondig een behandeling tegen de jonge larven worden uitgevoerd, vooraleer ze onbereikbaar zitten in de gallen. Aangezien niet alle eitjes gelijktijdig ontluiken zal deze beheersing niet altijd efficiënt verlopen. Eenmaal de verschillende generaties beginnen te overlappen is de aantasting zeer moeilijk onder controle te krijgen. De larven in de bladgallen zijn moeilijker te bestrijden omwille van hun verborgen levenswijze; enkel een systemisch middel kan hiervoor aangewend worden (zomerbehandeling). Aangezien deze bladgalmug vooral schade aanricht in de kwekerijen, kan Gleditsia tijdens de opkweek behandeld worden. Bij oudere bomen kunnen in het begin van het seizoen aangetaste delen weggesnoeid en verbrand worden om herinfectie door een volgende generatie te beperken. Behandelen van oudere bomen is niet nodig.

  Waardplanten
Gleditsia

  Nuttigen
Sluipwespen
In het oorspronkelijke verspreidingsgebied heeft de Gleditsiabladgalmug een aantal natuurlijke vijanden waaronder enkele sluipwespen zoals Mesopolobus mediterraneus (familie Pteromalidae) en Aprostocetus epicharmus (familie Eulophidae). In onze streken is er weinig of niets gekend over het voorkomen van natuurlijke vijanden en het effect ervan op deze bladgalmug.

Daar het onmogelijk is om van een parasiet op elke plant een foto weer te geven, wordt de meest representatieve foto getoond.
Over het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem | Over deze app en gebruiksvoorwaarden
© Viaverda | Privacyverklaring en Cookiebeleid - Alle rechten voorbehouden