 |
|
| |
| Ei |
| De eitjes (1 x 0,6 mm) zijn langwerpig ovaal en helder tot wit van kleur. Ze worden in groepjes afgelegd in het hout over een periode van verschillende weken. Het aantal eitjes varieert van 1 tot 10 voor de eerste eileg, tot 45 eitjes per groepje voor de volgende. |
| |
| Larve |
| De larve kan tot 5 mm lang zijn, is wit van kleur, pootloos en C-vormig. Zij heeft een licht gesclerotiseerde (verharde) kop met bruingekleurde monddelen. |
| |
| Pop |
| Het popstadium (4 x 1,5 mm) is eveneens wit van kleur. |
| |
| Adult |
| De kevers zijn cilindrisch gebouwd en vrij klein. De kop, voorzien van geknikte voelsprieten, is van boven af gezien praktisch onzichtbaar. De ongelijke houtkever dankt zijn naam aan het verschil in morfologie tussen het mannetje en het wijfje. De wijfjes zijn 3,0 – 3,8 mm groot, lang en slank van vorm en donkerbruin tot zwart van kleur. De mannetjes zijn slechts 1,8 – 2,4 mm groot en bijna rond van vorm. De achtervleugels van het mannetje zijn niet volledig ontwikkeld, waardoor deze niet in staat is te vliegen. |
|
 |
| Symptomen die wijzen op de aanwezigheid van de kevers en de larven zijn moeilijk vast te stellen. Xyleborus dispar behoort tot de houtbroeiers, deze leven in het hout zelf en niet in de schors zoals schorskevers die een gangenpatroon in de bast maken. Bij een nauwgezette controle kan men de boorgaten zien waaruit het fijne witte boormeel komt en mogelijks ook sap. Stammen en grote twijgen kunnen volledig worden doorzeefd met gangen, hierdoor wordt de waterhuishouding verstoord met een plotse verwelking als gevolg. Bij doorzagen van stammen en takken is een gangensysteem of broedbeeld zichtbaar. Andere schadebeelden zijn het niet uitlopen van de enten en het afbreken van kleinere takken. Wanneer jonge bomen, heesters en ook pas aangeplante grotere (laan)bomen worden aangetast, kunnen deze vrij snel afsterven. |
|
 |
| Wanneer de middagtemperaturen in het voorjaar 18°C à 20°C bereikt hebben (april/mei) beginnen de wijfjes met uitvliegen. De uitvliegfase en de daarmee verwante inboorfase is over verschillende weken gespreid. De kevers zijn zeer actief bij warm en zonnig weer. Ze kruipen rond op de stam van de waardplant en gaan op zoek naar een geschikte plaats om zich vervolgens via een ingangsopening in het hout te boren. Vervolgens leggen zij een gangensysteem of broedbeeld aan. In tegenstelling tot de kevers zijn de larven niet xylofaag (hout-etend) en boren zij dus geen gangen in het hout. Ze voeden zich met de ambrosiaschimmels, die door de volwassen kevers worden verspreid en op de wanden van de boorgangen worden gekweekt (vandaar de naam ambrosiakever). Deze schimmels kleuren de gangen donkerbruin tot zwart. De eitjes worden telkens gelegd op het einde van een hoofd- of zijgang die door de kevers in het hout worden gemaakt, en dit gespreid over een periode van verschillende weken. Als gevolg hiervan worden zowel jonge als oudere larven in dezelfde gang aangetroffen. De eitjes ontluiken na 2 tot 3 weken. De eerste larven worden reeds aangetroffen in mei terwijl de wijfjes nog bezig zijn met aanleg van de gangen en de eileg. De totale ontwikkeling van de verschillende larvenstadia duurt ongeveer 4 weken. Het popstadium op zich duurt ook nog eens 4 weken zodat de totale levenscyclus van ei tot adult ongeveer 10 tot 11 weken duurt. De nieuwe kevers kunnen worden teruggevonden in de gangen vanaf eind juli/begin augustus, waar zij in diapauze blijven tot de volgende lente. Er is dus 1 generatie per jaar. Sommige wijfjes verlaten hetzelfde jaar het broedsysteem, doch leggen geen nieuw broed aan (het is dus geen tweede generatie). De mannetjes kunnen niet vliegen en sterven in het gangensysteem. De ambrosiaschimmels kunnen zich enkel in vers, vochtig en saprijk hout ontwikkelen, de schimmel en de kever kunnen onmogelijk overleven in gedroogd hout. |
|
 |
| De beste preventie is te zorgen voor gezonde en krachtige bomen. Vooral bij de aanplant dient men de nodige aandacht te besteden aan een goede bodemtextuur, bemesting en waterhuishouding. In geval van schadesymptomen worden de aangetaste planten, evenals zieke, nog niet aangetaste planten die een risico vormen voor aantasting, best vernietigd. Ook dode of afstervende takken moeten worden weggesnoeid en vernietigd. Het gebruik van rode kruisvallen in combinatie met een alcoholpot is ter detectie en vaststelling van de vluchtperioden van de kever een hulpmiddel. Bij het hangen van meerdere van deze vallen kunnen heel wat kevers ook worden weggevangen. |
|
 |
|
| |
| Chemische bestrijding |
| De chemische bestrijding van de larven en kevers in het hout is moeilijk. Systemische middelen werken niet goed omdat de larven zich niet voeden met het hout. De enige manier, vaak met wisselend succes, is het gebruik van insecticiden tegen de kevers op het ogenblik van ontluiken en tijdens de vluchtperiode, en vooraleer de wijfjes zich weer in het hout boren voor de eileg. |
|
 |
 |
| Waardplanten |
| Acer, Alnus, Betula, Castanea, Crataegus, Fagus, Juniperus, Magnolia, Malus, Pinus, Platanus, Populus, Prunus, Pyrus, Quercus, Salix, Thuja, Ulmus |
 |
| Waardplanten worden door de ambrosiakevers in een eerste fase gevonden op basis van hun fysiologische toestand (mechanische schade, droogte, stress na verplanting). Onder stress produceren de planten een ethanolgeur die de pionierswijfjes aantrekt. Deze produceren na het vinden van een geschikte waardplant op hun beurt een soortspecifiek feromoon, waardoor andere wijfjes gestimuleerd worden om massaal naar de waardplant te vliegen. X. dispar tast dus in eerste instantie levende, doch fysiologisch verzwakte bomen aan en ook gevelde stammen. Bij massavermeerdering worden ook gezonde bomen aangetast. X. dispar is een polyfage kever. Hij wordt onder andere aangetroffen op esdoorn, els, kastanje, berk, beuk, haagbeuk, meidoorn, magnolia, plataan, populier, wilg, olm, eik en diverse Prunussoorten. Op de Prunusonderstammen Myrobolan en St. Julien werd hij meermaals vastgesteld. Ook in boomgaarden (appel, peer, pruim) zorgt hij voor schade. De kever werd slechts op een gering aantal naaldboomsoorten vastgesteld, waaronder Pinus sylvestris, Juniperus spp. en Thuja occidentalis. |
|
|
 |
 |
 |
| Nuttigen |
 |
| Sluipwespen |
 |
| Vogels (spechten), schimmels en bacteriën, evenals sommige kevers - waaronder de familie van de Cleridae (bonte kevers)- kunnen een beperkte rol spelen. |
|
|
 |
|